In Holland staat een huis. En het huis dat heeft een dak. Je gaat naar binnen door de deur, kijkt uit het raam naar buiten.
Een huis, jouw thuis. Met de hond in zijn mand. Koud buiten. Lekker binnen, kachel aan. De kale boom stuurt zijn schaduw naar het huis. Zijn transparante takken dragen nu het dak. Hij ziet zichzelf in de ‘spiegel’ terwijl z’n schaduw op de muur verschuift.
Als de jongen op z'n bed zit, ziet hij een stukje lucht. Er komt een vliegtuig langs het raam. Het tekent witte lijnen op het blauw.
Ogen dicht. Gordels vast en los zijn de wielen. Vliegen … ver boven de wolken. Landen in een land met mensen in de mooiste kleren en met veel kettingen. Maar het is er veel te droog en daarom groeit er niets …
Als na een zachte lentebui de boom weer blaadjes krijgt, kun je zonder jas naar buiten en de hond uitlaten.