Naar huis, Italië achter ons laten. Ik zit achterin. Zoveel te zien. Nu zijn er nog bergen. Op naar 't vlakke land. We zwijgen.
Intussen pakken donkere wolken zich samen. En dan klettert plotseling de regen op de ruiten. We rijden door een waas van water. De ruitenwissers kunnen het niet aan en willen uitrusten. Geen bergen meer, ook de weg lijkt te verdwijnen. Snelheid minderen. Vier(!) rode lichten zijn onze loods. Vertrouwen maar.
Ik droom even weg; zie verlaten pleinen waar de hitte stuitert op de stenen. Olijfbomen, het landschap van Piero della Francesca. We gaan een kerk binnen. Volkomen onverwacht, sta ik oog in oog met zijn fresco's. Maar te hoog en veel kleiner dan verwacht. Ik voel nog de koelte in kerken en huizen met dikke muren en glanzende vloeren van natuursteen.
We zijn terug. Het geplooide land is weer gladgestreken. Nederland, keurig, recht toe recht aan. Avontuur gedoofd. En welke taken liggen er weer op me te wachten?