Er ligt zomaar een wit kussen op de stoeprand. Is hij verdwaald en heeft hij intimiteit van zich afgeschud? Zijn er dromen meegekomen?
Misschien selectieve waarneming, maar kussens komen bij mij steeds terug.
Op Sint Joost in Breda, had ik mijn ‘kussentijd’. Eerst maakte ik een keramisch kussen, dat ik wit glazuurde. Net echt, maar breekbaar. Later gingen we met de beeldhouwklas op werkweek naar Valkenburg. Daar kapte ik in een mergelgrot een groot zacht kussen-reliëf uit in de ‘harde’ wand. Zou het er nog zitten?
Het jaar daarop maakte ik een serie doorzichtige, plastic opblaaskussens, met abstracte symbolen van lucht en begrenzing erop gezeefdrukt. Op naar een natuurgebied en ze daar met nylondraad tussen bomen gespannen. Dan zag je de lucht en wolken erdoor. En ín huis bezette een heel groot kussen het zijkamertje.
Het is wéér ‘kussentijd’, maar nu anders. Altijd weer te laat op één oor, werd het zachtste kussen toch te hard voor mij en stond ik iedere ochtend op met een pijnlijke oorschelp. Heb van alles geprobeerd, waaronder zelfs ‘n kussen met gat. Maar eindelijk ligt mijn oor nu vrij … tussen 2 kussens in.